Het groen is groener dan voorheen

Ben terug in Urd ar Brunnr na eventjes naar Moederland geweest te zijn. Bij mijn terugkomst ziet alles er mogelijk nog groener uit dan het al was. Groen is een mooie kleur maar ik wil nu echt wel wat meer kleur zien, het gebrek aan zon zal er zeker voor iets tussen zitten…

Yggdrasil Es

Yggdrasil de Es, de meest imposante boom bij de bron van Urd

kastanjeboom in bloei

de kastanjeboom bloeit ook groen

Hierochloe odorata

het veenreukgras (Hierochloe odorata) is nu klaar om gesnoeid en gevlochten te worden

eetbare wortel in bloei -  Daucus carotade bloemen van de eetbare wortel lijken sterk op die van haar zuster de wilde peen (Daucus carota)

coucou c'est moi padcoucou c’est moi ! Het lijkt wel of deze pad mij toelacht… Bruin is een ook een kleur

egelantier (Rosa rubiginosa)toch een beetje kleur hier en daar, de bloem van de egelantier (Rosa rubiginosa)

Rozen in de knop oogst ik nu volop om gedroogd in een wierookmengsel te gebruiken, vooral de apothekersroos is daar voor geschikt, ruikt echt hemels! Spijtig dat er op blogs geen reuken waarneembaar zijn…

guichelheil boeketjeGuichelheil – Anagallis arvensis

Een van mijn favorieten, het guichelheil, de naam alleen al maakt mij blij. Prachtige kleur, dat wel, maar de plantjes zijn heel discreet om niet te zeggen quasi onzichtbaar, ze verschuilen zich onder grotere planten. Ik ben ervan overtuigd dat dit een magische plant is en ga haar daarom ook in mijn geheim metheglin recept gebruiken. Metheglin is een kruiden mede, waarover later meer…

Alle gekheid op een stokje, guichelen (giechelen) is gezond, al wordt het afgeraden om deze plant te gebruiken wegens giftigheid, vooral de wortels.  Giftig voor het vee en andere dieren die het soms in grote hoeveelheden eten. Feit is dat het wel als volksgeneesmiddel bekend is, als urinedrijvend, bloedzuiverend en wondhelend middel en ook tegen epilepsie. En aangezien ik er maar zeer weinig van ga gebruiken, enkel een paar bloemen met wat blad en geen wortels, in een mengsel met verschillende andere kruiden, gedroogd en bovendien in een gefermenteerde vorm, meen ik te denken dat het wel zal meevallen. Ik wil het alleszins eens uittesten.

“Guichelheil (rood), Anagallis arvensis
Anagallis: volgens Linnaeus komt anagallis van het Griekse word anagelao = ik lach, omdat men vroeger meende dat melancholie werd verdreven door het gebruik van dit plantje.
Arvensis: de plant groeit meestal op akkers of groeide vroeger vaak op akkers.
Rood guichelheil: de naam guichelheil is een samenstelling van guichel = gekheid, razernij en heil = helen, omdat men meende dat het plantje geesteszieken en melancholie kon genezen. Het rood in de Nederlandse naam komt van de kleur van de bloemen.”  http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/guichelheil

Conopodium majus - conopode dénudéConopodium majus of de Franse aardkastanje

Deze schermbloemige kende ik eerst niet, nu merk ik ze op op vele plekken in de wilde tuin. Een plant waarvan de ondergrondse knol eetbaar is, het heeft een hazelnootachtige smaak. Best wel lekker, rauw of gekookt. De bloei is tussen mei en juli, ze verliest dan haar bladeren waardoor het zoeken naar de wortel moeilijker wordt. Deze soort, die niet of zelden in België en Nederland aangetroffen wordt zou al geconsumeerd geweest zijn door de prehistorische mens. Deze aardkastanje wordt hier in Bretagne door iedereen geoogst en gegeten. Sorry voor de Franse tekst hieronder, het is gewoon wat teveel om effie te vertalen:

On parle en français de terre-noix, noix de terre ou encore châtaigne de terre. Attention, les mots terre-noix et noix de terre désignent aussi l’arachide et le Bunium bulbocastanum. Les termes gernotte, génotte, jarnotte, janotte, giernotte sont dialectaux et typique de l’ouest et du nord ouest. D’origine normande, leur distribution s’est étendue dans le lexique du Maine et de la Haute-Bretagne (gallo). Il existe aussi des formes altérées : jeanotte et jeannette, la seconde prêtant confusion avec la jeannette « narcisse des poètes » (Narcissus poeticus) ou « coucou » (Narcissus pseudonarcissus). Ces différentes variantes sont issus du vieux norrois *jarðhnot de jörð, génitif jarðar « terre » (scandinave jord, anglais earth, allemand Erde) et hnot « noix » (norv. nøtt, danois nød, suédois nöt, anglais nut et allemand Nuß), d’où le norvégien Jordnøtt « noix de terre, arachide, cacahuète », danois Jordnød « terre-noix, arachide, cacahuète », suédois jordnöt « châtaigne d’eau », « mâcre nageante (Trapa natans) » cf. aussi allemand Erdnuß « terre-noix, arachide, cacahuète ». Abernotte en Vendée qui semble être une altération des précédents.
Kraoñ–douar, keler ou kolor en Basse-Bretagne et Kokolodig en pays Bigouden.
Mugette dans les Pyrénées car on la disait très prisée par les ours bruns dans les Pyrénées françaises. Carabichou dans la région stéphanoise. En anglais groundnut, hognut ou pignut car elle serait bonne pour les cochons (pig). Castañuelas (« la castagnette ») en Espagne

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s