Over oude en jonge spinsters in de Joeltijd

Twee heksen pentekening van Jheronimus Bosch ca. 1470-1516Twee heksen pentekening van Jheronimus Bosch ca. 1470-1516

 

De oude Spinsters-Godinnen

Volgens Marija Gimbutas en talloze andere wetenschappers was er een Germaanse oergodin die onder vele namen bekend stond en die wij hier in de Lage Landen Hel, Holle of Holda noemen. In andere streken wordt zij Perchta of Bertha of ook Berthe au grand pied genoemd (Frankrijk), in het hoge noorden: Frigg. Perchta komt in het grootste deel van het Duitse taalgebied voor, maar ook in Tsjechië en Slovenië (als Kvaternica). In het midden en noorden van Duitsland, waar Vrouw Holle vaak wel bekend is, is Perchta onbekend.
Perchta treedt op tussen de winterzonnewende (rond 21 december) en 6 januari (Driekoningen). Vooral 6 januari is haar dag, er werd feest gevierd en speciaal voedsel bereid. Ze rijdt in deze periode door de lucht als aanvoerster van de Wilde Jacht, dit komt ook voor bij Vrouw Holle (en andere figuren). Ook Frigg rijdt met haar man Odin als aanvoerster van de Wilde Jacht door de lucht tijdens deze periode. In het Oud-Hoogduits heet Driekoningen Perthennacht.

Reine Berthe et les fileueses 1888La reine Berthe et les fileuses, 1888 – Albert Anker

 

Deze oude Spinster-Godin Holle-Perchta-Frigg reisde gedurende de twaalf heilige dagen van het jaar-einde het hele land af en schonk nieuwe spindels en spinrokken aan alle ijverige spinsters. Ook vulde ze haar eigen spinrok met nieuw vlas tijdens de nachten. Het was de traditie dat alle spinsters tijdens deze dagen hun laatst-gevlochten linnen offerden aan de oude Godin door het in het vuur of haard te leggen, zij moesten, vóór de heilige nachten begonnen waren, al hun vlas opgebruikt hebben want het was verboden om tijdens deze dagen te spinnen, ook mocht er niets van het spinsel overgehouden worden. De spinsters die dit niet deden werden door de godinnen gepest door hun spinseldraden in de war te brengen of erger: door hun handen te verbranden.

 

Frigg met spinrok, 1895by H AGuerberFrigg met spinrok, 1895 – by H A Guerber

Priesteressen :

Het Oudnoordse woord “Völva” betekent: spinrok dragend of draagster der magische staf (vergelijk Engels: distaff – Oudnoords: seidrstaff ). Völva of Volva, Wolwa is een term uit de Oudnoordse en Oudgermaanse cultuur  en duidt in de IJzertijd tot in de Middeleeuwen op de priesteres van een stam in de heidense samenleving. Zij wordt veel vernoemd in de Noordse mythologie. Bij ons was eerder de priesteres Veleta of Weleda gekend.

Afbeelding van een Völva op een Faeröer postzegel door Anker Eli Petersen (2003)Afbeelding van een Völva op een Faeröer postzegel door Anker Eli Petersen

Zij dienden vooral de godin Freya, ook Frea, Freyja, Freia, Vrije genoemd

In hoofdstuk 8 van zijn Germania, zegt Tacitus: ‘In de ogen van de Germanen bezitten vrouwen een zekere heiligheid en de gave van de profetie en daarom letten ze op hun raadgevingen. Zo hebben wij onder de regering van de goddelijk vereerde Vespasianus zelf beleefd, hoe Veleda lange tijd door zeer veel Germanen als een goddelijk wezen werd geëerd

 

Spinrokken en spintolSpinrokken en spindel (spintol)

Een spinrok of distaff is een, meestal gevorkte, stok of staf dat wordt gebruikt bij het spinnen, vlas of wol-vezels werden rondom de spinrok-uiteinde gedraaid en als basis voor het spinnen van draad met de spindel aangewend.

De völur (meervoud van völva) spinden met hun spinrok en spindel en konden zo “urðr” (Oudnoors  voor noodlot) of “wyrd” (Oud-Engels voor levenslot) voorspellen. Wyrd wordt gedefinieerd als het lot, het met elkaar verweven lot tussen de wever en het gewevene. Urd/Wyrd is als een spinneweb, uit vele draden met hoekjes en kantjes geweven maar als een insect in het net gevangen word dan vibreert heel het net. Of de spin een maaltijd heeft of niet hangt af van de manier waarop haar net geweven is, stevig of niet, evenwichtig of niet. Zo ook het geweven levensnet van ieder individu opgebouwd wordt, stevig en evenwichtig of zwak en chaotisch zo zal haar/zijn leven verlopen.

Ook de geest-Disen (Dísir) konden op die manier door de völur opgeroepen worden om tussen te komen en raad te geven in beslissingen van de stam of familie. De spinrok was het belangrijkste magisch attribuut van de völva. De techniek die ze gebruikten bestond onder meer uit het langdurig aanhouden van de tollende beweging van het spinnen zelf. Dit zorgde er voor dat deze priesteressen in een staat van extase of trance verkeerden en ze zo in contact konden komen met de andere dimensies, vooral met geesten uit de onderwereld. Dit is een oude sjamanistische techniek. De völva-veleta priesteressen waren vermaard om hun kennis over de natuur en haar elementen en het plantenrijk.

 

82 cm lange spinrok van ijzer met bronzen details volva graf

82 cm lange spinrok van ijzer met bronzen details, Völva graf

In een veertigtal graven hebben Scandinavische archeologen spinrokken teruggevonden, meestal in rijke graven met waardevolle grafgiften, hetgeen aantoont dat de Völvas tot de hoogste laag van de samenleving behoorden.

Womens grave with seidrstaff, reconstruction of grave 4 at Fyrkat, Denmark by Thórhallúr ThráinssonWomens grave with seidrstaff, reconstruction of grave 4 at Fyrkat, Denmark by Thórhallúr Thráinsson

 

Dus ook het woord “dis” kan gelinkt worden aan een oeroude spinnende godin. In het Oudnoords betekende  “dis” voorname vrouw en/of goddelijk vrouwelijke wezen,  het meervoud “dísir” werd gebruikt om slagveldgeesten (valkyrjur), schikgodinnen (nornir:  spinsters van de levensdraad en weefsters van het lot), schutsgodinnen of beschermgeesten (fylgjur) aan te duiden. Maar ook in onze contreien vind men het woord “dis” in verband met spinnende vrouwen en godinnen terug. In Groningen bijvoorbeeld is “diezen” een oud woord voor spinnewiel, in Drenthe waren “diesen” spinrokken en ook vlasbundels.

“Daarnaast moet er een vorm *dīsō hebben bestaan, getuige Middelnederduits dīse en Oudengels dís* indístæf (lees: dís-stæf), een samenstelling die voortleeft als Engels distaff ‘spinrokken’. In Engeland is het spinrokken dan ook een gebruikelijk zinnebeeld voor de vrouw en de distaff side een benaming voor de vrouwelijke lijn der verwantschap, dat wil zeggen de moederszijde of spilzijde. Van *dīsō is ook nog een werkwoord afgeleid dat is overgeleverd als Middelnederlands dīsen ‘vlas winden’ en Middelengels dīsen‘vlas winden’, vanwaar het inmiddels verouderde Engels (be)dizen ‘opzichtig aankleden’.
Bovengenoemde woorden zullen teruggaan op een Oudgermaanse wortel *dīs-, *dais-, *dis- ‘spinnen e.d.’. Hiertoe behore ook *dīsaz ‘spinnend, beramend, sluw’, vanwaar Gotisch filudeis* ‘sluw’ (infiludeisei ‘sluwheid’), eigenlijk dus ‘veel-spinnend, veel-beramend, zeer sluw’, en namen als Oudsaksisch Díso ‘sluwe’ en Oudhoogduits Tíso ‘sluwe’. Andere afleidingen zijn wellicht *dizlōnan‘spinnen, snorren’ (Middelnederlands dillen ‘kletsen’) en *dizlō ‘spinster’ (Middelnederlands dille ‘jonge vrouw; babbelzieke vrouw’). Het is evenwel denkbaar dat Oudgermaans *dīsiz (Oudnoords dís) is gevormd met gedachte aan beide wortels en dus van meet af aan zowel ‘spinster’ als ‘zogende’ betekende.”   Bron: http://taaldacht.nl/2014/03/01/dijzen/

(dit alles is uitermate boeiend ook in verband met de etymologie van het woord Hagedisse waarover ik het in een volgende post ga hebben.)

Een paar andere kandidaat spinnende Godinnen zijn:  Tanfana, (ook wel Tamfana, Tanfanae, Tamfanae) Zij was een godin van de Istvaeones in het oude Germaans heidendom, van wie de vernietiging van een tempel in het grondgebied van de Marsi vermeld wordt in Tacitus’ Annales. Ook de “Belgisch-Nederlandse” Nehalennia (ook Nehalenia, Nehalaenniae, Nehalaenia) was een inheemse beschermgodin die in het 2e en 3e eeuwse Gallia Belgica door reizigers, vooral zeelui en handelaars, werd vereerd bij de monding van de Schelde.

“De Aufaniae zijn de ‘gelukspinnenden’ of ‘weefsters van voorspoed’ en zijn dan evenwel te beschouwen als schikgodinnen. Getuige de Noordse overlevering en parallellen in andere Europese culturen, was de voorstelling van schikgodinnen als ‘weefsters’ en ‘spinsters’ van het lot en de levensdraad een algemene en wijdverbreide. Vergelijk ook het lid neha, dat in verschillende godinnennamen uit dezelfde tijd en streek voorkomt, zoals in Nehalennia en de voornoemdeAviaitinehae. Neha lijkt een Latijnse weergave van Oudgermaans *nēō(n) ‘spinster, naaister’, bij het werkwoord *nēan-, vanwaar Duits nähen, Nederlands naaien, enz.”  Bron: http://taaldacht.nl/2011/06/20/de-spinnende-godin/

De Godin heeft vele namen maar een verband met spinnen, spinrokken, levensdraden en het lot der mensen is er zeker wel !

 

Een vrouw met een spinrokken en spintol, William-Adolphe Bouguereau, 1873Een vrouw met een spinrokken en spintol, William-Adolphe Bouguereau, 1873

Spinrok dag
(Distaff day, Roc day, Fête de la quenouille) wordt gevierd op 7 januari, de dag na driekoningen of epifanie. In Engeland is het gekend als “Saint Distaff’s Day” al wordt het niet als feestdag beschouwd. In vele oude Europese tradities hielden de vrouwen pas na deze dag, na de twaalf dagen van het joelfeest of Kerstmis dus, zich terug bezig met hun huishoudelijke bezigheden. De Spinrok of rok was het symbool voor het werk der vrouwen en werd gedurende deze periode achter de haard verstopt. Kwestie van niet afgeleid te worden.
Sommige hedendaagse handwerk-groepen, die zich bezighouden met spinnen, weven, breien enz.. hebben deze “feest” dag overgenomen als wijze van ritueel om het Nieuwe handwerk-jaar te vieren.
Zelf ben ik geen spinster, wel een breister, maar het lijkt mij een goed idee om inderdaad tijdens deze dagen niet te spinnen, te weven, te breien of te haken en dergelijke, want deze dagen lenen zich beter tot bezinning, meditatie, ritueel, tot het samenkomen met familie en geliefden en/of om zich zelf eens goed te laten verwennen met datgene wat men al lang wilde doen maar er geen “tijd” voor had. Die ene boek nu eens helemaal uit te lezen, of dat ene speciale recept eens uit te testen of iets totaal anders te doen !

Iets Magisch bijvoorbeeld…

 

Auch dochtter, watt hefft v die rocken misdann
– datt ghy so node wiltt spinnen
hie siitt dy mitt den neckenn an
– dar hie dich wil mytt vervinnen
Auch dochtter, so laett den rocken stann
– laett v den lansknechtt nichtt affgan
gott, er die spinnerinen
Auch mouder, ich hebe ain et gescharen
– datt ick nytt mer will spinnen
datt hatt gedain ain lansknechtt goutt
– hie leytt mir inn denn sinnen
hie schlept wal inn denn arme mien
– den aouentt to den morgen

Zutphense vers

te lezen:
“The magical night of Epiphania is charged with power: people can foresee the future, and animals speak, even prophesy; the dead return to earth, and all kinds of marvels take place.” Max Dashu, The Tregenda of the Old Goddess, Witches, and Spirits:
http://www.suppressedhistories.net/secrethistory/witchtregenda.html

 

“The Völur were not considered to be harmless. The goddess who was most skilled in magic was Freyja, and she was not only a goddess of love, but also a warlike divinity who caused screams of anguish, blood and death, and what Freyja performed in Asgard, the world of the gods, the Völur tried to perform in Midgard, the world of men. The weapon of the Völva was not the spear, the axe or the sword but instead they were held to influence battles with different means, and one of them was the wand .” http://en.natmus.dk/historical-knowledge/denmark/prehistoric-period-until-1050-ad/the-viking-age/religion-magic-death-and-rituals/the-magic-wands-of-the-seeresses/

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s